ECLI:NL:RBAMS:2021:5016
Rechtbank Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Nakoming zorgregeling en schoolgang minderjarige toegewezen, verzoek schoolwissel afgewezen
Partijen zijn gescheiden ouders van drie kinderen, waaronder een minderjarige van 11 jaar die volgens een co-ouderschapsregeling de ene week bij vader en de andere week bij moeder verblijft. Na de zomervakantie 2021 is het kind slechts één dag naar school geweest en sindsdien niet meer, verblijft niet bij moeder en krijgt thuisonderwijs van vader. Moeder vordert nakoming van de zorgregeling, het naar school laten gaan van het kind en vervangende toestemming voor hulpverlening.
Vader verzoekt onder meer om vervangende toestemming voor schoolwissel, het horen van het kind door de voorzieningenrechter en de benoeming van een bijzondere curator. De voorzieningenrechter oordeelt dat vader tegen eerdere rechterlijke uitspraken ingaat door het kind niet naar school te laten gaan en niet bij moeder te laten verblijven. De door vader aangevoerde nieuwe feiten (eindrapport en wil van het kind) leiden niet tot een ander oordeel.
Het verzoek van vader om het kind te horen en een bijzondere curator te benoemen wordt afgewezen omdat dit niet in het belang van het kind is. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van moeder toe, veroordeelt vader tot nakoming van de zorgregeling en het naar school laten gaan van het kind, verleent vervangende toestemming voor hulpverlening en veroordeelt vader in de proceskosten. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vader wordt veroordeeld tot nakoming van de zorgregeling en het naar school laten gaan van het kind, met afwijzing van zijn tegenvorderingen en veroordeling in proceskosten.