Eiseres maakte bezwaar tegen de verrekening van haar zorgtoeslag over 2019 met openstaande terugvorderingen uit 2014 en 2015. De Belastingdienst/Toeslagen had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat de Awir en Awb bepalen dat tegen verrekeningsbeschikkingen geen bestuurlijke bezwaar- en beroepsprocedure openstaat.
Eiseres voerde aan dat de verrekening onterecht was vanwege haar toelating tot de WSNP sinds april 2019. De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst bevoegd is tot verrekening ongeacht de inkomensafhankelijke regeling en het jaar van toekenning. De Awir sluit hoofdstukken 6 en 7 van de Awb uit voor verrekeningsbeschikkingen, waardoor bezwaar niet mogelijk is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde de bevoegdheid van de Belastingdienst tot verrekening en wees erop dat eiseres zich tot de civiele rechter kan wenden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.