Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.016,00
Rechtbank Amsterdam
Partijen zijn in 2010 getrouwd en sinds 2011 gezamenlijk eigenaar van een woning met een hoge hypotheekschuld. Na beëindiging relatie in 2019 verliet eiser de woning en ging elders huren, terwijl gedaagde met de kinderen in de woning bleef wonen. Eiser vordert in kort geding medewerking aan verkoop woning, betaling bijdrage huishoudkosten en gebruiksvergoeding.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen goede redenen heeft om vooruitlopend op de bodemprocedure deze voorzieningen te verkrijgen. Gedaagde heeft serieuze pogingen gedaan om financiering te verkrijgen en de echtscheidingsprocedure loopt nog. De gevorderde verkoop en levering worden daarom geweigerd. Ook de gevorderde betalingen worden afgewezen, omdat eiser niet meebetaalt aan hypotheeklasten en de afspraak over gezamenlijke rekening is komen te vervallen.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten wegens misbruik van procesbevoegdheid door het kort geding te starten vlak voor de bodemprocedure. De kosten worden begroot op € 1.968,00. Het vonnis is gewezen door voorzieningenrechter Beukenhorst en op 15 september 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Vorderingen tot verkoop woning, gebruiksvergoeding en bijdrage huishoudkosten worden afgewezen; eiser veroordeeld in proceskosten wegens misbruik procesbevoegdheid.