ECLI:NL:RBAMS:2021:5164
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod op toegang tot winkels in echtscheidingsprocedure met voorlopige bijdrage levensonderhoud
Partijen zijn sinds 1996 getrouwd en in scheiding. Zij exploiteren samen een eenmanszaak met twee filialen. In afwachting van de echtscheiding en boedelverdeling vorderen zij in kort geding dat de ander de winkels niet meer betreedt vanwege onwerkbare situatie.
De man is ingeschreven als eigenaar en runt de filialen met zijn zoons, terwijl de vrouw stelt dat zij altijd in de zaak werkte en de boekhouding deed. Zij verdenkt de man van het buiten de boeken houden van inkomsten en wil hem controleren met camera's en kassasystemen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de belangenafweging uitgaat naar de man, die de onderneming feitelijk runt. De vrouw wordt verboden de filialen te betreden, onder de voorwaarde dat de man haar een maandelijkse voorlopige bijdrage van €1.500 netto betaalt voor haar levensonderhoud. De verzoeken van de vrouw tot installatie van camera's en controle van boekhouding worden afgewezen wegens disproportionaliteit en kosten.
De kosten van de procedure worden tussen partijen verrekend, ieder draagt eigen kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het verbod wordt opgelegd met een dwangsom bij overtreding.
Uitkomst: Vrouw wordt verboden de filialen te betreden onder voorwaarde dat man haar een maandelijkse voorlopige bijdrage in levensonderhoud betaalt.