De burgemeester van Amsterdam heeft op 15 juli 2021 besloten de woning van verzoeker voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, na een melding van schoten in de woning en de vondst van 78 gram cocaïne, 24 gram MDMA, een grote som contant geld, een weegschaal, kogelhulzen en een bebloed mes.
Verzoeker betwist de bevoegdheid van de burgemeester en stelt dat de drugs voor eigen gebruik zijn, het geld spaargeld uit een erfenis betreft en dat hij niet strafrechtelijk vervolgd wordt voor handel of wapenbezit. Hij wijst op zijn kwetsbare positie en het belang van de woning voor zijn werk en re-integratie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester terecht gebruik heeft gemaakt van de sluitingsbevoegdheid vanwege de hoeveelheid drugs die duidt op handel, het schietincident en de aanwezigheid van wapens en contant geld, wat een ernstig gevaar voor de openbare orde oplevert.
De belangen van verzoeker wegen niet zwaarder dan het algemeen belang bij herstel van de openbare orde. De sluiting is noodzakelijk en evenredig. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
De uitspraak is bindend voor de voorlopige fase en staat geen rechtsmiddel tegen open.