Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
- de afgifte van zijn telefoon (te weten een Iphone 12 Pro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, en/of
- het ter beschikking stellen van gegevens, te weten (de) (toegang(scode) tot) de bankierenapp en daarmee (tot) de bank(rekening)gegevens van die [slachtoffer 1] en/of (de) (toegang(scode) tot) de telefoongegevens van die [slachtoffer 1] ,
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.Het bewijs
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
jeugddetentievoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) dagen.
200 (tweehonderd) dagen, van deze jeugddetentie
niet ten uitvoer gelegdzal worden,
tenzij later anders wordt gelast.
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.
Meldplicht bij reclassering:
Ambulante behandeling:
Andere voorwaarden het gedrag betreffende:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van
40 (veertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 20 (twintig) dagen.
vorderingvan de
benadeelde partij [slachtoffer 1]toe tot een bedrag van
€ 2.118,88 (tweeduizendhonderdachttien euro en achtentachtig eurocent), bestaande uit € 118,88 (honderdachttien euro en achtentachtig eurocent) aan vergoeding van materiële schade en € 2.000,- (tweeduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (28 mei 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening.