Verdachte werd beschuldigd van meerdere feiten, waaronder poging tot woninginbraak, diefstal met geweld, afpersing, verduistering en een straatroof met geweld. De rechtbank sprak verdachte vrij van de poging tot woninginbraak, diefstal met geweld en afpersing van een slachtoffer, en verduistering van een gehuurde auto vanwege onvoldoende bewijs en onbetrouwbaarheid van verklaringen.
De rechtbank achtte echter bewezen dat verdachte samen met anderen op 19 september 2020 een straatroof pleegde waarbij het slachtoffer werd omsingeld en onder dreiging van een vuurwapen en mes werd beroofd van een horloge, schoenen en telefoon. Verdachte bekende het afpakken van de schoenen. De rechtbank verwierp het beroep op psychische overmacht omdat geen sprake was van een van buiten komende drang.
De strafmaat werd bepaald op 12 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, zonder voorwaardelijk deel. De rechtbank oordeelde dat de aanhouding en inverzekeringstelling rechtmatig waren. Tevens werd de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toegewezen omdat verdachte tijdens de proeftijd een strafbaar feit beging.
De rechtbank legde gewicht in de schaal op de ernst van het delict, de impact op het slachtoffer en de maatschappij, en het recidivegevaar zoals beschreven in het reclasseringsrapport. De in beslag genomen goederen worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.