De eiseres kocht op 6 augustus 2020 een tweedehands Mini Cooper bij de gedaagde autoverkoper voor € 2.499,00. Direct na aankoop vertoonde de auto gebreken en viel deze op 19 september 2020 uit op de snelweg. De eiseres verzocht ontbinding van de koop en schadevergoeding wegens de gebreken, maar de gedaagde weigerde.
Tijdens de procedure werd overeengekomen dat de koopprijs werd terugbetaald en de tenaamstelling van de auto werd gewijzigd, waardoor de ontbindingsvordering kwam te vervallen. De rechtbank behandelde de schadevergoeding, waarbij werd geoordeeld dat de gebreken al bij de koop aanwezig waren, omdat deze binnen zes maanden aan het licht kwamen en de gedaagde dit niet kon weerleggen.
De stelling van de gedaagde dat de eiseres doorrijdde ondanks een waarschuwingslampje faalde. De rechtbank wees de vergoeding van kosten voor vervangend vervoer, verzekering en wegenbelasting af wegens het ontbreken van ingebrekestelling en verzuim. Wel werd de vergoeding van de sleepkosten van € 191,50 toegewezen. Daarnaast werd de gedaagde veroordeeld in de proceskosten.