Op 1 oktober 2019 werd het slachtoffer in Amsterdam-Noord door twee mannen aangevallen en mishandeld. Eén van hen stak het slachtoffer met een mes, hetgeen door de rechtbank in een eerder vonnis aan de medeverdachte werd toegerekend. Verdachte werd verdacht van medeplegen van poging tot doodslag door steken met een mes en medeplegen van mishandeling door slaan en stompen.
De rechtbank achtte onvoldoende bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij het steken met het mes en sprak hem daarvan vrij. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte samen met zijn medeverdachte het slachtoffer mishandelde door hem te slaan en te stompen. Dit werd onderbouwd met verklaringen van het slachtoffer en getuigen, alsmede observaties van een verbalisant.
De rechtbank kwalificeerde het bewezen verklaarde feit als medeplegen van mishandeling en legde een geldboete van €1.000 op, gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar. De straf weerspiegelt de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond en het feit dat verdachte niet eerder onherroepelijk voor een soortgelijk feit is veroordeeld.