ECLI:NL:RBAMS:2021:531
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij buitenbehandelingstelling bijstandsaanvraag
Verzoeker diende op 10 december 2020 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat verzoeker niet had gereageerd op een brief van 14 december 2020 waarin om nadere informatie werd gevraagd. Verzoeker erkende dat de brief was verzonden, maar betwistte ontvangst.
De voorzieningenrechter overwoog dat het bestuursorgaan aannemelijk had gemaakt dat de brief naar het juiste adres was verzonden, waardoor het vermoeden van ontvangst bestond. Verzoeker moest dit vermoeden ontzenuwen door feiten aan te dragen die de ontvangst redelijkerwijs betwijfelen. Hoewel verzoeker aannemelijk maakte dat hij meerdere pogingen had gedaan om een aanvraag in te dienen en telefonisch navraag had gedaan, ontkrachtte dit niet het vermoeden dat de brief was bezorgd.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de buitenbehandelingstelling van de bijstandsaanvraag is afgewezen.