Verzoeker sloot in 2009 een doorlopend krediet af bij Eurofintus om schulden van zijn toenmalige partner af te lossen. Na beëindiging van de relatie ontstonden betalingsachterstanden, waarna Eurofintus verzoeker op 13 december 2016 registreerde bij het BKR met coderingen A (achterstand) en 3 (afboeking). Verzoeker betaalde het overeengekomen bedrag volledig op 14 december 2016.
Verzoeker verzocht de rechtbank Eurofintus te bevelen de BKR-registraties te verwijderen omdat de A-codering onterecht was en de handhaving van codering 3 disproportioneel is gezien zijn stabiele financiële situatie en het feit dat het krediet was afgesloten voor schulden van zijn ex-partner. Eurofintus stelde dat de registraties terecht waren en dat de belangenafweging niet in het voordeel van verzoeker uitviel.
De rechtbank oordeelde dat de A-codering onterecht was omdat verzoeker een betalingsregeling was overeengekomen die voorrang had op de aanmaning. De codering 3 was terecht, maar de belangenafweging leidde tot verwijdering omdat verzoeker zijn schuld volledig had afbetaald, al ruim vier jaar financieel stabiel was en de registratie het doel van kredietregistratie voorbijschiet. Eurofintus werd veroordeeld tot verwijdering van beide coderingen en tot betaling van proceskosten.