Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer vordering tul: 13.054677.19
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Vrijspraak
6.Bewezenverklaring
7.Strafbaarheid van de feiten
8.Strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straf en maatregelen
d.d. 27 augustus 2020 waaruit blijkt dat verdachte op 9 juli 2019 door de kinderrechter te Amsterdam is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke werkstraf in verband met een woninginbraak.
- rapport van de Raad opgemaakt op 26 januari 2021;
- rapport van JBRA opgemaakt op 21 januari 2021;
- Pro Justitia Klinisch Multidisciplinair onderzoek (rapportage ten behoeve van de Forca-observatie), opgemaakt door [persoon 16] , GZ-psycholoog, en [persoon 17] , kinder- en jeugdpsychiater, op 25 november 2020.
psycholoog en de psychiaterkomen tezamen tot het volgende advies:
Het risico op toekomstig seksueel grensoverschrijdende gedragingen is ingeschat met de J-SOAP-D 1. Met de J-SOAP-D wordt ingeschat dat het risico op toekomstig seksueel grensoverschrijdende gedragingen hoog is. Op basis van de risicotaxatie-instrumenten wordt gekomen tot een hoog risico op toekomstig gewelddadig gedrag.
Onderzoekers komen op basis van hun klinische observatie eveneens tot de inschatting van een hoog risico op toekomstig gewelddadig gedrag. Het risico op toekomstig seksueel grensoverschrijdend gedrag kan klinisch minder goed ingeschat worden door de ontkenning van [verdachte] .
laat in zijn gedrag een zorgelijke ontwikkeling zien. Er is sprake van een ernstige situatie met hoog recidivegevaar voor zowel seksueel grensoverschrijdend als gewelddadig gedrag. Hij heeft stiekem gedrag laten zien, waarbij hij geen probleembesef laat zien met een sterke neiging tot ontkennen en bagatelliseren van de eigen gedragsproblematiek. Er worden door onderzoekers geen mogelijkheden gezien om [verdachte] binnen een ambulant kader voldoende in behandeling te laten komen zodat hij meer inzicht in eigen gedragspatronen ontwikkelt ter vermindering van het recidiverisico. Hierbij is vooral een struikelblok dat [verdachte] in zijn algemeenheid zeer beperkt probleeminzicht en verander-motivatie toont. Ook al is [verdachte] niet eerder veroordeeld voor gewelddadig en/of seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt er desalniettemin, mede gezien de ernst van de tenlasteleggingen en in het licht van het hoge recidivegevaar, geadviseerd tot oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. Binnen dit gestructureerde behandelklimaat dient er eerst nadere procesdiagnostiek plaats te hebben gericht op een mogelijke parafilie en autismespectrumstoornis, en kunnen voorwaarden gecreëerd worden waarbinnen [verdachte] meer inzicht in emoties en gedrag kan ontwikkelen ter vermindering van het recidivegevaar. Daarnaast kan een delictanalyse uitgevoerd worden, kunnen zijn prosociale copingvaardigheden versterkt worden en kan verdere scholing aangereikt worden.
de Raadgeadviseerd aan verdachte een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen. Er worden geen mogelijkheden gezien voor behandeling binnen een ambulant kader. Er zijn teveel zorgen over de geschiedenis, opvoeding en thuissituatie van verdachte. Daarnaast legt verdachte alles buiten zichzelf en is hij erg berekenend. Gezien de ernst van de feiten is behandeling noodzakelijk en dit kan niet vanuit de thuissituatie. De hoop is dat verdachte in de toekomst beter zal reflecteren op de feiten, omdat er dan niet meer zoveel vanaf hangt.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
10 (tien) maanden.
de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.
[persoon 5]toe tot € 1.521,76 (zegge: vijftienhonderd eenentwintig euro en zesenzeventig cent), waarvan € 521,76 (zegge: vijfhonderd eenentwintig euro en zesenzeventig cent) voor materiële schade en € 1.000,- (zegge: duizend euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
[persoon 1]toe tot € 813,46 (zegge: achthonderd dertien euro en zesenveertig cent), waarvan € 113,46 (zegge: honderddertien euro en zesenveertig cent) voor materiële schade en € 700,- (zegge: zevenhonderd euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
[persoon 2]toe tot € 300 (zegge: driehonderd euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
[persoon 3]toe tot € 3.132,96 (zegge: drieduizend honderd tweeëndertig euro en tweeënnegentig cent), waarvan € 132,96 (zegge: honderd tweeëndertig euro en zesennegentig cent) voor materiële schade en € 3.000,- (zegge: drieduizend euro) voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.