De rechtbank Amsterdam heeft op 23 september 2021 uitspraak gedaan over de vordering tot overlevering van een Nederlandse onderdaan aan België, op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het parket van de procureur des Konings te Hasselt. Het EAB betreft de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van vijf jaar opgelegd bij verstekvonnis door de rechtbank van eerste aanleg Limburg. De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en verblijft in Nederland.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat de officier van justitie bevoegd was het EAB uit te vaardigen. Hoewel het vonnis nog niet onherroepelijk is, is de overlevering toegestaan omdat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis en de opgeëiste persoon na overlevering onverwijld zal worden geïnformeerd over zijn rechten op verzet en hoger beroep.
De feiten waarvoor overlevering wordt verzocht betreffen informatiecriminaliteit, diefstal met geweld en zware mishandeling, welke onder de dubbele strafbaarheidsvereisten vallen. De Belgische autoriteiten hebben een garantie gegeven dat de opgeëiste persoon, indien onherroepelijk veroordeeld, zijn straf in Nederland zal ondergaan. Tevens zijn de detentieomstandigheden in België beoordeeld en als toereikend en humaan bevonden.
Gezien het ontbreken van weigeringsgronden en de naleving van de wettelijke waarborgen heeft de rechtbank de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toegestaan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.