De rechtbank Amsterdam behandelde op 23 september 2021 de vordering tot overlevering van een persoon aan Hongarije op grond van een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door de rechtbank van Pécs. De opgeëiste persoon werd verdacht van georganiseerde of gewapende diefstal volgens Hongaars recht.
Tijdens de zitting werd de identiteit van de opgeëiste persoon bevestigd. De rechtbank onderzocht de strafbaarheid van de feiten en concludeerde dat de feiten onder de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet vallen, waardoor toetsing van dubbele strafbaarheid achterwege blijft. Voor overige feiten was dubbele strafbaarheid vereist, maar ook deze voldeden aan de Nederlandse criteria voor diefstal.
De verdediging voerde aan dat de detentieomstandigheden in Hongarije onmenselijk en vernederend zijn, met overbevolking en slechte hygiëne, ondersteund door een rapport van de Hungarian Helsinki Committee. De rechtbank oordeelde echter dat er geen objectieve, betrouwbare en actuele gegevens zijn die een reëel gevaar voor onmenselijke behandeling aantonen. Eerdere uitspraken bevestigden dit standpunt.
Daarom stond de rechtbank de overlevering toe, omdat het Europees aanhoudingsbevel aan alle wettelijke eisen voldoet en er geen weigeringsgronden zijn. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.