Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De beoordeling
tijdenshet huwelijk is verworven. Iedere echtgenoot is rechthebbende op de helft van de aan de andere echtgenoot toebehorende nettowaarde van diens verwervingen (artikel 236 TBW Pro).
Rechtbank Amsterdam
De vrouw en de man zijn gehuwd in Amsterdam in maart 2019. De vrouw verzocht de echtscheiding uit te spreken naar Nederlands recht wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De man betwistte dit en stelde dat Turks recht van toepassing is vanwege hun gezamenlijke Turkse nationaliteit en maatschappelijke band met Turkije. De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en Nederlands recht van toepassing is, omdat de vrouw haar gewone verblijfplaats in Nederland had en er geen werkelijke maatschappelijke band met Turkije is.
De rechtbank stelde vast dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wees het verzoek tot echtscheiding toe. Ten aanzien van de verdeling van het huwelijksvermogen stelde de man subsidiair teruggave te willen van sieraden en muntstukken die hij tijdens de verloving aan de vrouw had gegeven. Partijen waren het eens dat Turks huwelijksvermogensrecht van toepassing is op het regime. De rechtbank legde uit dat volgens het Turkse recht de sieraden en muntstukken tot het persoonlijk vermogen van de vrouw behoren, omdat deze vóór het huwelijk zijn geschonken.
De man voerde ook een beroep op ongerechtvaardigde verrijking aan, maar de rechtbank verwierp dit omdat het huwelijk heeft plaatsgevonden en het beroep op artikel 122 TBW Pro daarom faalt. De vrouw stelde de sieraden en muntstukken aan de ouders van de man te hebben teruggegeven, maar de man stelde dat dit niet is ontvangen. Desondanks wees de rechtbank het verzoek af. De echtscheiding werd uitgesproken en verdere verzoeken werden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit onder Nederlands recht en wijst het verzoek tot teruggave van sieraden af.