Eiser diende op 16 juni 2021 een Wob-verzoek in bij het ministerie van Justitie en Veiligheid met betrekking tot hydraulische randvoorwaarden bij de renovatie van de Afsluitdijk. Verweerder ontving het verzoek op 17 juni 2021 en verlengde de beslistermijn met vier weken. Nadat deze termijn was verstreken, stelde eiser verweerder op 17 augustus 2021 schriftelijk in gebreke en ging op 3 september 2021 in beroep wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de beslistermijn had overschreden en dat het beroep gegrond was. Verweerder gaf aan vanwege de omvang van het verzoek en de noodzaak tot afstemming met derden een termijn tot eind december 2021 nodig te hebben. Eiser vond deze termijn te lang, maar stemde in met een uiterste beslisdatum van 1 december 2021.
De rechtbank bepaalde dat verweerder uiterlijk 1 december 2021 een besluit moet nemen en legde een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Tevens werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht van €360 aan eiser te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter A.J. Dondorp op 7 oktober 2021.