Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te Amsterdam, eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Amsterdam
Eiseres, sinds 2006 bijstandontvanger, vroeg bijzondere bijstand aan voor bewindvoeringskosten in 2020. Verweerder wees dit af omdat eiseres vermogen had boven de vrijstellingsgrens, vastgesteld op €3.187,85. De vrijstelling voor spaargelden opgebouwd tijdens bijstand, zoals bedoeld in artikel 34 Pw Pro, is volgens verweerder niet van toepassing op bijzondere bijstand.
De rechtbank overwoog dat het bijstandsverlenend orgaan beleidsvrijheid heeft bij het vaststellen van draagkracht voor bijzondere bijstand en dat uit de beleidsregels van de gemeente Amsterdam niet blijkt dat zij afwijkt van de hoofdregel dat vermogen boven de vrijstelling in aanmerking wordt genomen. Eiseres stelde dat het vermogen opgebouwd tijdens bijstand buiten beschouwing moest blijven, maar de rechtbank vond hiervoor onvoldoende aanknopingspunten.
Ook het argument dat voor 2019 wel bijzondere bijstand was toegekend, werd verworpen omdat toen de vermogenssituatie nog niet bekend was. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten wordt ongegrond verklaard.