Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf en maatregelen
€ 2500,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10. Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
7 (zeven) maanden.
3 (drie) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
2 (twee) jarenvast.
6 (zes) maandenniet in stadsdeel [plaats 2] , de verblijfplaats van het slachtoffer. De reclassering kan hierop een uitzondering maken ten behoeve van de omgang van veroordeelde met zijn zoontje, op door haar te bepalen data en tijdstippen en onder door haar te stellen voorwaarden (bijvoorbeeld het gebruik van een bepaalde route in en uit het gebied).
6 (zes) maandenop vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig op het verblijfadres. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met veroordeelde en afhankelijk van de dagbesteding. Bij de start van het locatiegebod hoeft veroordeelde op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van een nader te bepalen aantal uur niet op het verblijfadres te zijn. Op dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat 2 uur. In de weekenden heeft veroordeelde een aaneengesloten blok van 8 uur per dag vrij te besteden. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering de genoemde bloktijden veranderen. Veroordeelde gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische controle nodig is dat veroordeelde in Nederland blijft. Het huidige verblijfadres is [adres 2] . Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft.
,dadelijk uitvoerbaarzijn.
€ 500,- (vijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade (6 mei 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening.
niet ontvankelijkin zijn vordering is.
mr. K.A. Brunner, voorzitter,
mrs. C.P.E. Meewisse en G. Demmink, rechters,
in tegenwoordigheid van M. Utlu, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 augustus 2021.