De zaak betreft een vordering van verzoeker tegen GGZ Ingeest wegens toerekenbare tekortkoming in de geneeskundige behandelingsovereenkomst voorafgaand aan een suïcidepoging op 24 augustus 2010, waarbij verzoeker een hoge dwarslaesie opliep.
Verzoeker stelt dat GGZ naliet hem conform een signaleringsplan op te nemen, waardoor de suïcidepoging niet werd voorkomen. GGZ betwist aansprakelijkheid. De rechtbank oordeelt dat in een deelgeschilprocedure onvoldoende ruimte is voor het noodzakelijk deskundigenonderzoek om aansprakelijkheid vast te stellen en wijst het primaire verzoek af.
De rechtbank beveelt echter GGZ om mee te werken aan onderhandelingen over de benoeming van een deskundige, zodat partijen alsnog kunnen komen tot een vaststellingsovereenkomst. De kosten van het deelgeschil worden gematigd en begroot op €6.000,00 inclusief btw en kantoorkosten.
Partijen hebben afgesproken buiten rechte te onderhandelen over een finale schikking en, indien nodig, over de benoeming van een deskundige. De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af en stelt hiermee een procedurele en praktische route vast voor verdere afhandeling van het geschil.
Deze uitspraak benadrukt het belang van deskundigenonderzoek in complexe medische aansprakelijkheidszaken en faciliteert partijen in hun streven tot minnelijke regeling.