Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[verzoeker] , te Amsterdam, verzoeker
(gemachtigde: mr. C.J. Telting).
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker heeft een bijstandsuitkering aangevraagd die door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen op grond van de Participatiewet. De afwijzing berustte op het vermoeden dat verzoeker samenwoont met zijn vrouw, waardoor hij geen recht heeft op bijstand naar de norm van een alleenstaande.
Tijdens de zitting gaf de gemachtigde van verweerder aan dat de motivering in het oorspronkelijke besluit onjuist was omdat verzoeker niet samenwoont met zijn vrouw, maar dat niet is aangetoond dat hij duurzaam gescheiden leeft. De voorzieningenrechter oordeelde dat dit motiveringsgebrek hersteld kan worden in de beslissing op bezwaar.
De bewijslast ligt bij verzoeker om aannemelijk te maken dat hij duurzaam gescheiden leeft. Verzoeker heeft niet overtuigend kunnen aantonen dat hij en zijn vrouw duurzaam gescheiden leven, mede omdat zij in 2019 samen een kind kregen en verzoeker de echtscheidingsprocedure niet heeft voortgezet.
Daarom heeft het bezwaar geen redelijke kans van slagen en wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij duurzaam gescheiden leeft van zijn vrouw.