Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[verzoeker] , te Amsterdam, verzoeker
( [gemachtigde verweerder] ).
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker, een 33-jarige alleenstaande man, diende op 23 juli 2021 een aanvraag in voor bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, waarbij hij verklaarde dakloos te zijn en drie locaties in Amsterdam als buitenslaapplaatsen opgaf. Verweerder bezocht op 3 en 7 september 2021 deze locaties, maar trof verzoeker niet aan en weigerde vervolgens de bijstand en het postadres op grond van onvoldoende medewerking.
De voorzieningenrechter constateerde dat verweerder onvoldoende zorgvuldig had gehandeld, omdat niet alle door verzoeker opgegeven locaties waren bezocht en er geen onderzoek was gedaan naar het postadres bij de zus van verzoeker. Hierdoor was de afwijzing niet zorgvuldig gemotiveerd en onrechtmatig.
Gezien het ontbreken van aanwijzingen dat verzoeker niet dakloos is, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Verweerder werd verplicht om tot zes weken na de beslissing op bezwaar bijstand en een postadres te verstrekken. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker ter hoogte van €1.496,-.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen; bijstand en postadres worden verstrekt tot zes weken na beslissing op bezwaar.