Eiser heeft kinderbijslag aangevraagd en beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op deze aanvraag. De rechtbank bepaalde op 22 mei 2020 dat de Sociale Verzekeringsbank (Svb) binnen twee weken een besluit moest nemen en stelde een dwangsom vast voor overschrijding van deze termijn.
De Svb nam op 3 juni 2020 een besluit en bevestigde dit in een brief van 17 september 2020. Eiser maakte bezwaar tegen deze brief, maar stelde geen beroep in tegen de beslissing op bezwaar. Wel stelde eiser beroep in tegen een brief van 2 december 2020 waarin de Svb het verzoek tot uitbetaling van de dwangsom afwees.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 2 december 2020 geen bestuursrechtelijk besluit is in de zin van de Awb. De betaling van de dwangsom moet worden afgedwongen via de burgerlijke rechter volgens de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om kennis te nemen van het geschil over de dwangsom.