Eiser, geboren in 1948 en woonachtig in Suriname, vroeg in december 2019 een AOW-pensioen aan. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) kende het pensioen toe met één jaar terugwerkende kracht vanaf 1 december 2018. Eiser stelde dat vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder het verlies van zijn Nederlandse paspoort en langdurige armoede in Suriname, het pensioen met terugwerkende kracht vanaf zijn pensioengerechtigde leeftijd moest worden toegekend.
De rechtbank onderzocht of sprake was van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de AOW, dat een verdere terugwerkende kracht rechtvaardigt. De SVB hanteert beleid waarbij een bijzonder geval wordt aangenomen als de belanghebbende door niet aan hem toe te rekenen oorzaken niet tijdig kon aanvragen of verschoonbare onbekendheid had met het recht op AOW.
De rechtbank oordeelde dat eiser weliswaar bijzondere persoonlijke omstandigheden had, maar niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in staat was tijdig een aanvraag in te dienen of informatie in te winnen. Zijn onbekendheid met het recht op AOW werd niet als verschoonbaar beschouwd, mede omdat hij jarenlang in Nederland had gewoond en het recht op AOW algemeen bekend is. Ook rustte geen inlichtingenplicht op de SVB.
Daarom was geen sprake van een bijzonder geval en hoefde de rechtbank niet te oordelen over hardheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en de SVB had terecht het pensioen slechts met één jaar terugwerkende kracht toegekend.