Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak op 28 september 2021
[gedaagde] ,
- aan de zijde van Ymere: [naam] , bedrijfsmakelaar, en mr. Mulder;
- [gedaagde] met mr. Hendrikse.
Rechtbank Amsterdam
In deze kortgedingzaak vordert Ymere de ontruiming van een garagebox die zij verhuurt aan [gedaagde]. De huurovereenkomst is opgezegd per 1 mei 2021 en de ontruimingsbescherming is inmiddels verlopen, waardoor de huurovereenkomst definitief is geëindigd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de zaak niet te complex is voor een kort geding en dat het niet tot de kantonrechter behoort, omdat Ymere stelt dat [gedaagde] de garagebox zonder recht of titel gebruikt. De advocaat van [gedaagde] betwist het huurkarakter en beroept zich op redelijkheid en billijkheid vanwege de langdurige huur en het gebruik van de garagebox voor werkzaamheden.
De rechter stelt echter vast dat sprake is van een schriftelijke huurovereenkomst voor bedrijfsruimte en dat de opzegging niet onredelijk of onbillijk is, mede omdat Ymere de garagebox wil verkopen om te investeren in sociale woningbouw. De koopprijs is marktconform. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een oplevertermijn tot uiterlijk 31 oktober 2021. [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter veroordeelt [gedaagde] tot ontruiming van de garagebox uiterlijk 31 oktober 2021.