Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Proces-verbaal van de zitting, gehouden op 11 februari 2021
[eiser] ,
[gedaagde] ,
- [naam mentor] , mentor/bewindvoerder van [eiser] ;
- [naam gezinsvoogd] , gezinsvoogd verbonden aan de William Schrikker Stichting;
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak staat de uitvoering van de omgangsregeling tussen de vader en de dochter centraal. De minderjarige woont bij de moeder, die het eenhoofdig gezag heeft. Voorheen was de minderjarige onder toezicht gesteld, maar deze maatregel is niet verlengd na december 2020. De omgangsregeling was eerder vastgelegd in een proces-verbaal van september 2020.
De vader vordert nakoming van deze omgangsregeling en een voorlopige ondertoezichtstelling, terwijl de moeder een beperking van de omgang tot één uur per drie weken onder begeleiding van een onafhankelijke derde vordert. De voorzieningenrechter oordeelt dat de afspraken van september 2020 nagekomen moeten worden, met begeleiding door een medewerker van Bea-zorg, en wijst de gevraagde beperking af.
De omgang vindt eenmaal per drie weken plaats op vrijdagmiddag van 14.30 tot 17.30 uur, waarbij de vader de minderjarige van school haalt onder begeleiding. De moeder wordt verplicht de afspraken na te komen en bij niet-nakoming wordt een dwangsom van €100 per overtreding opgelegd, met een maximum van €5.000. De kosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De moeder wordt veroordeeld tot nakoming van de omgangsregeling met begeleiding door Bea-zorg en een dwangsom bij niet-nakoming.