Eiseres, bewoonster van een appartement en lid van de VvE, maakte bezwaar tegen de plaatsing van nieuwe beveiligingscamera’s in het flatgebouw. De VvE had besloten de camerabewaking te vernieuwen om eigendommen beter te beveiligen en incidenten te kunnen melden. Verweerder, de Autoriteit Persoonsgegevens, wees het verzoek van eiseres om handhavend op te treden af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank toetste of de plaatsing van de camera’s in overeenstemming was met de AVG, waarbij werd gekeken naar het gerechtvaardigd belang van de VvE, proportionaliteit, subsidiariteit en de afweging tussen privacybelangen en beveiligingsbelangen. De camera’s zijn gericht op gemeenschappelijke ruimten en niet op de openbare weg, en er is geen bewijs dat biometrische gegevens worden verwerkt.
De rechtbank concludeerde dat de VvE voldoende waarborgen heeft getroffen, zoals beperkte opslagduur van beelden en beveiliging van de videorecorder. Hoewel de besluitvorming aanvankelijk gebrekkig was, zijn de feiten tijdens het beroep alsnog vastgesteld, waardoor het gebrek kon worden gepasseerd. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en zij krijgt een vergoeding van het griffierecht toegekend.