Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
thans gedetineerd in de [naam PI] .
1.Feiten
2.Standpunt van de verdediging
3.Standpunt van het Openbaar Ministerie
4.Beoordeling
gegrond.
Rechtbank Amsterdam
Klager ontving op 8 oktober 2021 in een penitentiaire inrichting een bevel beperkingen dat hem verbood contact te hebben met derden, behalve zijn raadsvrouw. Dit bevel werd opgelegd zonder dat klager was aangehouden of in verzekering gesteld, wat volgens de rechtbank een vereiste is voor een dergelijk bevel.
De verdediging stelde dat het bevel onrechtmatig was en dat het bezwaarschrift ontvankelijk moest worden verklaard. Het Openbaar Ministerie voerde aan dat het bezwaarschrift niet ontvankelijk was omdat de beperkingen waren opgeheven en dat er een acute noodzaak was voor het opleggen van het bevel.
De rechtbank oordeelde dat klager wel degelijk belang had bij behandeling van het bezwaarschrift en dat het bevel beperkingen geen wettelijke grondslag had. Er was geen acute noodzaak die het ontbreken van die grondslag kon rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het bezwaarschrift gegrond en oordeelde dat het bevel onrechtmatig was opgelegd.
De uitspraak benadrukt het belang van wettelijke waarborgen bij het opleggen van beperkingen en het recht op een effectief rechtsmiddel tegen dergelijke maatregelen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is gegrond verklaard en het bevel beperkingen is onrechtmatig opgelegd wegens ontbreken van wettelijke grondslag.