ECLI:NL:RBAMS:2021:6422
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van verzoek om Beschermd Wonen en tijdelijke maatwerkvoorziening op grond van de Wmo
Verzoekster, een alleenstaande moeder met een verstandelijke beperking, heeft een langdurig verleden in opvang en hulpverlening. Zij verbleef in een Beschermd Wonen-voorziening, maar vanwege het niet naleven van afspraken door verzoekster heeft de zorgaanbieder de zorgovereenkomst beëindigd. Verzoekster diende de woning te verlaten, maar bleef daar wonen, waarna een ontruimingsvonnis werd uitgesproken.
Verzoekster vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om hernieuwde toegang tot Beschermd Wonen en een tijdelijke maatwerkvoorziening op grond van de Wmo. Beide verzoeken werden afgewezen omdat verzoekster de intensieve begeleiding structureel weigert, waardoor de voorzieningen niet doelmatig kunnen worden ingezet. Verzoekster verblijft inmiddels in noodopvang en wordt door diverse hulpverleningsinstanties gevolgd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat Beschermd Wonen en maatschappelijke opvang bedoeld zijn voor mensen die begeleiding accepteren. Omdat verzoekster die begeleiding weigert, is er geen noodzaak voor deze voorzieningen. De belangen van verzoekster worden afgewogen tegen het belang van de uitvoering van het besluit, waarbij het bezwaar weinig kans van slagen heeft. De voorlopige voorzieningen worden daarom afgewezen en verzoekster wordt niet aan haar lot overgelaten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorzieningen af omdat verzoekster de noodzakelijke begeleiding weigert.