De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor twee afzonderlijke feiten: winkeldiefstal bij Albert Heijn op 14 juli 2021 en woninginbraak met diefstal uit een kluis op 28 juli 2020 te Zaandam. De rechtbank achtte beide feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van onder meer camerabeelden, DNA-sporen en verklaringen.
Verdachte bekende gedeeltelijk de winkeldiefstal, maar ontkende de diefstal van blikken bier en de woninginbraak. De rechtbank verwierp deze ontkenningen vanwege overtuigend bewijs, waaronder een bloedspoor met DNA van verdachte bij het ingegooide raam van de woning.
De rechtbank legde een ISD-maatregel van twee jaar op, zonder aftrek van voorarrest, vanwege de ernst van de feiten, het recidiverisico en de hardnekkige verslavingsproblematiek van verdachte. Verdachte had eerder al een ISD-maatregel ondergaan zonder blijvende gedragsverandering. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf werd als onvoldoende geacht om recidive te voorkomen.
De rechtbank wees een tussentijdse toets af omdat de intake voor begeleid wonen pas na acht maanden mogelijk is en de verdediging binnen de wettelijke kaders tussentijdse toetsingen kan aanvragen. De officier van justitie werd niet ontvankelijk verklaard in een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf omdat deze reeds was uitgevoerd.
De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 10 november 2021.