ECLI:NL:RBAMS:2021:6613
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontucht in massagesalon
De rechtbank Amsterdam heeft op 19 november 2021 uitspraak gedaan in de zaak tegen een 48-jarige man die werd verdacht van ontucht met een cliënte in zijn massagesalon op 18 april 2019.
De officier van justitie vorderde een taakstraf wegens het masseren of strelen van de schaamlippen van de cliënte, primair als ontucht met een patiënt/cliënt en subsidiair als aanranding. De verdediging voerde aan dat de verdachte niet werkzaam was in de gezondheids- of maatschappelijke zorg en dat het bewijs onvoldoende was om de tenlastelegging te bewijzen.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte niet viel onder de beschermingscategorie van artikel 249 Sr Pro omdat hij niet als hulpverlener werkte en er geen sprake was van psychisch overwicht. Daarnaast was het bewijs onvoldoende om te bewijzen dat verdachte de schaamlippen had gestreeld of gemasseerd zoals ten laste gelegd. De handeling die wel bewezen werd, het aanraken van de schaamlippen, was niet ten laste gelegd als aanranding.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde. Het beslag op een geldbedrag werd teruggegeven aan verdachte en de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering wegens het ontbreken van bewezen schade.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en het ontbreken van een hulpverlenersrelatie.