ECLI:NL:RBAMS:2021:6621

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 november 2021
Publicatiedatum
18 november 2021
Zaaknummer
AWB - 19_4769
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 7:1 AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen

Eiser heeft herhaaldelijk verzocht om herziening van een besluit van de Sociale Verzekeringsbank waarin zijn aanvraag voor een AOW-uitkering werd afgewezen. Nadat verweerder niet tijdig op het herzieningsverzoek had beslist, stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde dit beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een kopie van het bestreden besluit. Eiser stelde vervolgens verzet in, dat gegrond werd verklaard, waarna het beroep opnieuw werd behandeld.

De rechtbank overwoog dat voor het instellen van beroep tegen een niet tijdig genomen besluit vereist is dat het bestuursorgaan een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen en dat twee weken zijn verstreken sinds die ingebrekestelling. Eiser heeft echter geen ingebrekestelling overgelegd, ondanks verzoek daartoe. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de voorwaarden en wordt het niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak bevestigt dat het instellen van beroep tegen niet tijdig beslissen aan strikte voorwaarden is gebonden, waaronder het overleggen van een ingebrekestelling. Het beroep wordt afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van het oorspronkelijke besluit.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 19/4769

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 november 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te Driouch, Marokko, eiser,

en

de raad van bestuur van de sociale verzekeringsbank, verweerder

(gemachtigde: mr. A.F.L.B. Metz).

Procesverloop

Met de brief van 29 augustus 2019 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn herzieningsverzoek.
De rechtbank heeft het beroep op 6 mei 2020 niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft op 18 juni 2020 verzet ingesteld.
Met de uitspraak van 17 november 2020 heeft de rechtbank het verzet gegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep vervolgens behandeld ter zitting van 26 oktober 2021. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Gemachtigde van verweerder heeft door middel van een video-verbinding aan de zitting deelgenomen.

Overwegingen

Besluitvormingstraject
1. Met het besluit van 24 april 2009 heeft verweerder de aanvraag van eiser voor een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) afgewezen. Hieraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat niet kan worden vastgesteld dat eiser in Nederland verzekerd is geweest. Dit besluit is in bezwaar gehandhaafd. Niet gebleken is dat eiser tegen de beslissing op bezwaar beroep heeft ingesteld.
2. Eiser heeft verweerder herhaaldelijk om herziening van dit besluit verzocht, laatstelijk met de brief van 29 augustus 2019. Eiser heeft dit verzoek zowel naar verweerder als naar de rechtbank gestuurd. Verweerder heeft het verzoek met het besluit van
10 december 2019 afgewezen. De rechtbank heeft het verzoek aangemerkt als een beroepschrift en het beroep op 6 mei 2020 niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen kopie van het bestreden besluit had overgelegd. De rechtbank heeft de reactie van eiser van
18 juni 2020 vervolgens als verzetschrift aangemerkt. Met de uitspraak van
17 november 2020 heeft de rechtbank het verzet van eiser gegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat de brief van 29 augustus 2019 zo gelezen kan worden, dat eiser beoogd heeft beroep in te stellen tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoek. Daarom moet eiser alsnog in de gelegenheid worden gesteld om een kopie van de brief op te sturen waarmee hij verweerder in gebreke heeft gesteld.
3. Met de brief van 26 november 2020 heeft de rechtbank eiser verzocht om een kopie van de ingebrekestelling. Eiser heeft hierop gereageerd met de brief van 15 december 2020, waarin eiser niet meedeelt of hij verweerder in gebreke heeft gesteld of een kopie van een ingebrekestelling meestuurt.
4. De rechtbank overweegt dat beroep kan worden ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. [1] De voorwaarden daarvoor zijn dat het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en dat twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [2]
5. De rechtbank stelt vast dat eiser geen ingebrekestelling heeft overgelegd. Dit betekent dat het beroep niet voldoet aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen een niet tijdig genomen besluit.
6. Het beroep is om die reden niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.E. Wijnker, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van der Kroft, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 november 2021.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
2.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.