Uitspraak
Rechtbank AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.De standpunten
4.De beoordeling
5.De beslissing
verzoekster behoren of tot opeising van goederen die zich in de macht van verzoekster bevinden, gedurende deze periode niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank, mits die derden geïnformeerd zijn over de afkondiging van de afkoelingsperiode of op de hoogte zijn van het feit dat een akkoord wordt voorbereid;
uiterlijk 12 april 2021haar schriftelijke zienswijze op het verzoek ex artikel 378 Fw Pro dient aan te leveren, zoals hiervoor onder r.o. 4.8. beschreven;
mr. V.G.T. van Emstede, rechters en in aanwezigheid van F.T.M. Bruning, griffier, in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2021.