AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel
De rechtbank Amsterdam heeft op 24 november 2021 uitspraak gedaan over een vordering ex artikel 23 OverleveringswetPro (OLW) betreffende een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse autoriteiten in Freiburg. De opgeëiste persoon, geboren in Egypte en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd verdacht van strafbare feiten onder Duitse wetgeving, specifiek illegale handel in verdovende middelen.
Tijdens de openbare zitting van 10 november 2021 werd de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en bevestigd. De rechtbank heeft de termijn voor uitspraak met dertig dagen verlengd om de overleveringsverzoeken zorgvuldig te kunnen beoordelen. Het EAB voldoet aan de formele eisen van de OLW en de feiten waarvoor overlevering wordt verzocht zijn opgenomen in de lijst van bijlage 1 van de OLW, waardoor de toetsing van dubbele strafbaarheid achterwege blijft.
De rechtbank concludeert dat er geen weigeringsgronden zijn en dat de overlevering aan Duitsland toegestaan moet worden. De uitspraak is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het Europese recht op samenwerking bij strafrechtelijke vervolgingen.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/752022-21 (EAB I)
RK nummer: 21/5321
Datum uitspraak: 24 november 2021
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 OverleveringswetPro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 30 september 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 28 juli 2020 door het AmtsgerichtFreiburg (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon 1] alias [opgeëiste persoon 2] alias [opgeëiste persoon 3],
geboren te [geboorteplaats 1] (Egypte) op [geboortedag 1] 1998
alias geboren te [geboorteplaats 2] (Egypte) op [geboortedag 2] 1996,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1.Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 november 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Arabische taal. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Egyptische nationaliteit heeft.
3.Grondslag en inhoud van het EAB
In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel van het AmtsgerichtFreiburg van 28 juli 2020, met kenmerk 21 Ls 650 Js 20965/19(2).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.
4.Strafbaarheid
Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
5.Slotsom
Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLWPro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.
6.Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5 en 7 OLW.
7.Beslissing
STAAT TOEde overlevering van [opgeëiste persoon 1] alias [opgeëiste persoon 2] alias [opgeëiste persoon 3]aan het AmtsgerichtFreiburg (Duitsland).
Aldus gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. J.P.W. Helmonds en D. Hein, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K. Spanjaart, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 24 november 2021.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.