Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2021:6976

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 oktober 2021
Publicatiedatum
1 december 2021
Zaaknummer
RK 20/80 + 20/81
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking tot opheffing conservatoir beslag en teruggave voertuigen en telefoon

De rechtbank Amsterdam behandelde klaagschriften ex artikel 552a Sv van een klager tegen conservatoir beslag op een personenauto, scooter en telefoon. De voertuigen en telefoon waren reeds in beslag genomen en de politierechter had eerder beslist tot teruggave van de scooter en telefoon. Desondanks legde het Openbaar Ministerie conservatoir beslag op deze voorwerpen.

Tijdens de raadkamer op 29 oktober 2021 verklaarde het Openbaar Ministerie zich niet te verzetten tegen opheffing van het conservatoir beslag, omdat de ontnemingsprocedure niet is voortgezet. De rechtbank achtte voldoende aannemelijk dat de voorwerpen aan klager toebehoren en besloot tot opheffing van het beslag en teruggave van de (vervangende waarde van) de personenauto, scooter en telefoon.

Klager was rechtsgeldig opgeroepen maar verscheen niet in de raadkamer. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken door drie rechters en griffier. De rechtbank volgt hiermee het standpunt van klager en het Openbaar Ministerie en beëindigt het beslag op de genoemde voorwerpen.

Uitkomst: Het conservatoir beslag op de personenauto, scooter en telefoon wordt opgeheven en teruggave aan klager gelast.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummers: 13/301001-19 (A) + 13/698347-19 (B)
RK: 20/80 (A) + 20/81 (B)
Beschikking op de klaagschriften ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman,
mr. S.J. van Galen,
[adres raadsman] ,
klager, tevens beslagene.

1.Procesgang

De klaagschriften in de zaken A en B zijn op 7 januari 2020 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Op 1 mei 2020 is in deze zaken door de rekestenkamer van de Rechtbank Amsterdam beschikking gewezen. Tegen deze beschikking is beroep in cassatie ingesteld. Op 22 juni 2021 heeft de Hoge Raad de voornoemde beschikking vernietigd, nu er geen openbare raadkamerzitting heeft plaatsgehad, en de zaken terugverwezen naar de Rechtbank Amsterdam.
De rechtbank heeft op 29 oktober 2021 de gemachtigde raadsman van klager,
mr. Van Galen, en de officier van justitie, mr. U.A.E. Weitzel, in openbare raadkamer gehoord.
Klager is, hoewel rechtsgeldig opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

2.Inhoud van het klaagschrift

Het klaagschrift strekt in zaak A tot teruggave van de in beslag genomen personenauto van het merk Renault Megane met het kenteken [kenteken 1] . In het klaagschrift is opgenomen dat de politierechter beslist heeft dat de personenauto aan klager moet worden geretourneerd en dat de officier van justitie pas na die beslissing conservatoir beslag op de personenauto heeft laten leggen. Volgens de raadsman is deze gang van zaken oneigenlijk en is onvoldoende onderbouwd waarom conservatoir beslag noodzakelijk is. Het strafvorderlijk belang verzet zich daarom niet tegen het opheffen van het beslag op de personenauto, zodat het klaagschrift gegrond verklaard moet worden.
Het klaagschrift strekt in zaak B tot teruggave van de in beslag genomen scooter van het merk Vespa Lx50 met het kenteken [kenteken 2] en een telefoon van het merk Samsung J6. De rekestenkamer heeft op 6 november 2019 beslist tot teruggave van beide voorwerpen en daarna is op beide voorwerpen conservatoir beslag gelegd. De noodzaak hiervan is volgens de raadsman echter onvoldoende onderbouwd. Bovendien heeft de officier van justitie tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak een ontnemingsprocedure aangekondigd, maar op geen enkele wijze inzichtelijk gemaakt wat het wederrechtelijk verkregen voordeel zou zijn. De raadsman meent dan ook dat geen sprake is van een strafvorderlijk belang dat zich verzet tegen het opheffen van het beslag op deze voorwerpen, zodat het klaagschrift gegrond verklaard moet worden.
De raadsman van klager heeft naar aanleiding van het standpunt van het Openbaar Ministerie en ter toelichting op het klaagschrift kort samengevat het volgende in raadkamer aangevoerd. Uit de e-mail van 28 oktober 2021 van de officier van justitie blijkt dat volgens het Openbaar Ministerie het conservatoir beslag in zaak B dient te vervallen en dat inmiddels de vervangende waarde van de in beslag genomen auto van klager zou zijn teruggegeven. Volgens klager is dit nog niet gebeurd. Daarnaast heeft klager laten weten dat hij (de vervangende waarde van) de scooter en de in beslag genomen telefoon nog niet heeft ontvangen. Gelet op het voorgaande heeft de raadsman verzocht de klaagschriften gegrond te verklaren.

3.De beoordeling

Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken.
In de onderhavige zaken heeft het Openbaar Ministerie, met machtiging van de rechter-commissaris van 13 november 2019, op voorwerpen waarop ex artikel 94 Sv Pro beslag was gelegd vervolgens conservatoir beslag gelegd. In zaak A met parketnummer 13/301001-19 is conservatoir beslag gelegd op de reeds in beslag genomen personenauto (merk Renault Megane). In zaak B met parketnummer 13/698347-19 is conservatoir beslag gelegd op een telefoon Samsung J6 en een scooter van het merk Vespa, nadat de rekestenrechter op 6 november 2019 heeft beslist dat die aan klager geretourneerd moesten worden. In die zaak heeft het Openbaar Ministerie terechtzitting van de meervoudige kamer op 14 november 2019 een ontnemingsprocedure aangekondigd.
De officier van justitie heeft – onder verwijzing naar een e-mail van 28 oktober 2021 – verklaard zich niet te verzetten tegen opheffing van het (conservatoir) beslag, omdat de ontnemingsvordering in zaak B niet is doorgezet en daarmee het conservatoir beslag in zaak B, en daarmee ook in zaak A, komt te vervallen. Er kan tot teruggave van de (vervangende waarde van de) in beslag genomen voorwerpen aan klager worden overgegaan.
Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het beslag dient te worden opgeheven.
De rechtbank acht voorts voldoende aannemelijk geworden dat de in beslag genomen voorwerpen aan klager toebehoren. De rechtbank zal dan ook gelasten dat de voorwerpen aan klager moeten worden teruggegeven.

4.De beslissing

De rechtbank komt tot de volgende beslissing.
De rechtbank verklaart het beklag
gegronden
gelast de teruggave aan klagervan:
 In
zaak A: (de vervangende waarde van) een personenauto van het merk Renault Megane met het kenteken [kenteken 1] ;
 In
zaak B: (de vervangende waarde van) een scooter van het merk Vespa Lx50 met het kenteken [kenteken 2] en een telefoon van het merk Samsung J6.
Deze beslissing is gegeven door
mr. D. van den Brink, rechter,
mrs. R.A. Overbosch en R.C.J. Elte-Hamming, rechters
in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier
en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2021.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open,
in te stellen bij de griffie van deze rechtbank,
binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beschikking.