Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
De officier van justitie vindt ook bewezen dat verdachte feit 2 heeft begaan voor zover het valselijk opmaken betreft van de geschriften onder 1, 2 en 3 en het gebruiken/voorhanden hebben van de geschriften onder 1, 2, 3 en 4. De officier van justitie vindt niet bewezen dat verdachte het geschrift onder 4 valselijk heeft opgemaakt en ook niet dat het geschrift onder 5 vals is.
Tussen 13 en 29 januari 2016 wordt er vanaf de spaarrekening gefaseerd € 278.500,- teruggeboekt naar de betaalrekening, waarvandaan vervolgens gefaseerd € 266.500,- wordt overgeboekt naar andere rekeningen. [3] Over deze overboekingen blijkt het volgende uit het dossier.
26 januari 2016 bij twee pintransacties in totaal € 6.000,- contant opgenomen vanaf de rekening van [naam bedrijf 2] . Op 29 januari 2016 wordt op een ABN-AMRO-kantoor in Nijmegen € 90.000,- contant opgenomen en tussen 3 en 19 februari 2016 wordt in totaal nog € 3.700,- contant opgenomen. [5]
Een groot deel van het resterende geld dat in deze periode wordt bijgeschreven vanaf [bankrekeningnummer 1] en de bankrekening van [persoon 2] wordt overgemaakt naar een bankrekening op naam van de dochter van verdachte, [persoon 3] . [9]
De overeenkomst, gedateerd op 25 januari 2016. is zowel namens koper als verkoper ondertekend. [18] [persoon 1] verklaarde dat hij deze overeenkomst heeft ondertekend en dat deze door verdachte is opgesteld. [19] Op de computer van verdachte is ook een Word-versie van de overeenkomst aangetroffen (DOC-099). Uit de document-eigenschappen komt naar voren dat [persoon 5] [de rechtbank begrijpt: verdachte] de auteur is. [20]
Op de betaalrekening van het bedrijf van verdachte komt zonder zakelijke basis een heel groot geldbedrag binnen en verdachte verplaatst dit geldbedrag direct naar de zakelijke spaarrekening en in de weken daarna wordt het geld over verschillende bankrekeningen verspreid en grotendeels contant opgenomen. Om naar [naam bank] toe de schijn op te houden dat sprake is van legale transacties, wordt gebruik gemaakt van de hieronder te bespreken valse geschriften.. Wat betreft de € 100.000,- die is overgemaakt naar [naam bedrijf 2] en vanaf die rekening grotendeels contant is opgenomen, is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [persoon 1] . Die samenwerking blijkt ook uit het gezamenlijk opmaken van een valse overeenkomst die door verdachte is gebruikt ter onderbouwing voor [naam bank] .
4.Bewezenverklaring
5.Bewijs
6.Motivering van de straffen en maatregelen
De rechtbank zal bij dit oriëntatiepunt aansluiting zoeken. Vervolgens kan rekening gehouden worden met de bijzondere omstandigheden van het geval en met straf verhogende of straf verlagende omstandigheden. Het oriëntatiepunt bij een benadelingsbedrag tussen de € 250.000,- en de € 500.000,- is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf tot achttien maanden.
7.Beslag
8.Ten aanzien van de benadeelde partij
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
(medeplegen van) witwassen;
medeplegen van valsheid in geschrift
[verdachte], daarvoor strafbaar.
12 (twaalf) maanden.