Eiseres, een Wajong-uitkeringsgerechtigde, verhuisde voor haar studie diergeneeskunde naar België. Verweerder beëindigde haar uitkering per 1 november 2020 omdat zij buiten Nederland ging wonen. Eiseres maakte bezwaar, dat aanvankelijk ongegrond werd verklaard. Later wijzigde verweerder dit besluit en herstelde de uitkering met terugwerkende kracht.
Eiseres betwistte in beroep de voorwaarde dat de uitkering alleen wordt voortgezet zolang zij de studie volgt. Zij stelde dat de beëindiging en procedure haar studie negatief beïnvloedden, met studievertraging en financiële problemen als gevolg. De rechtbank oordeelde dat door het wijzigingsbesluit het procesbelang voor het beroep tegen het bestreden besluit is komen te vervallen.
De rechtbank overwoog dat de Wajong-uitkering in principe eindigt bij vertrek naar het buitenland, maar dat uitzonderingen mogelijk zijn bij onbillijkheid van overwegende aard. Verweerder erkende dit en herstelde de uitkering. De voorwaarde verbonden aan de voortzetting van de uitkering is nog niet in werking getreden en kan in de toekomst worden beoordeeld. De rechtbank wees het beroep tegen beide besluiten af en bepaalde dat verweerder het griffierecht aan eiseres vergoedt.