Eisers hebben bij de gemeente Amsterdam een aanvraag gedaan voor een aanbod om over te stappen naar eeuwigdurende erfpacht. De kern van het geschil betrof de vraag of de gemeente bij het doen van dit aanbod iedere inhoud mag hanteren, mede gezien het feit dat eisers de keuze behouden om het aanbod te accepteren of te weigeren. De rechtbank stelt vast dat de gemeente zich dient te houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.
De gemeente heeft een zorgvuldig en democratisch vastgesteld beleid gevolgd, waarbij deskundigenadvies is ingewonnen over de wijze van waardebepaling van de grond. De keuze om de waarde niet te baseren op de waarde in de akte van erfpacht was bewust genomen, zodat eisers geen gerechtvaardigd vertrouwen konden hebben dat deze waarde als basis zou dienen. De rechtbank oordeelt dat de gemeente haar aanbod voldoende heeft gemotiveerd, ondanks dat eisers de berekening van de onbezwaarde waarde niet volledig kunnen controleren vanwege wettelijke beperkingen op openbaarmaking van bepaalde WOZ-gegevens.
Hoewel eisers verschillen constateren tussen hun berekeningen en de door de gemeente gehanteerde onbezwaarde waarde, wijst de rechtbank erop dat WOZ-waarden door diverse factoren worden beïnvloed en dat een terugrekening niet zonder meer mogelijk is. Tevens is het aanbod civielrechtelijk van aard, waardoor het ontbreken van bezwaar- en beroepsmogelijkheden tegen de onbezwaarde waarde niet onrechtmatig is. De rechtbank concludeert dat de gemeente niet in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur heeft gehandeld en dat de berekening van de waarde redelijk en billijk is. De vorderingen van eisers worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.