De rechtbank Amsterdam behandelde op 14 september 2021 de vordering tot overlevering van een persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de onderzoeksrechter in Antwerpen. De identiteit van de opgeëiste persoon werd vastgesteld en het EAB bevatte een genoegzame omschrijving van de strafbare feiten en de betrokkenheid van de opgeëiste persoon.
De feiten betreffen drie strafbare feiten gepleegd in Antwerpen op verschillende data, waaronder deelname aan een criminele organisatie en vernieling. De rechtbank oordeelde dat de strafbaarheid van de feiten naar Belgisch en Nederlands recht voldoende is aangetoond, waarbij voor het feit vernieling de dubbele strafbaarheid werd getoetst. Tevens is een terugkeergarantie gegeven dat de opgeëiste persoon een eventuele straf in Nederland kan ondergaan.
De rechtbank concludeerde dat er geen reëel gevaar bestaat op onmenselijke of vernederende behandeling in de Belgische detentie-inrichting waar de opgeëiste persoon zal worden vastgehouden. Gezien het voldoen aan alle wettelijke vereisten en het ontbreken van weigeringsgronden, werd de overlevering toegestaan en de afgifte van de in beslag genomen mobiele telefoon bevolen.