AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Overlevering toegestaan op grond van Europees aanhoudingsbevel voor wederspannigheid
De rechtbank Amsterdam behandelde op 20 juli 2021 een vordering tot overlevering van een Poolse verdachte aan Italië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Procura Generale presso la Corte di Appello di Reggio Calabria. De verdachte werd verdacht van wederspannigheid en een vrijheidsstraf van tien maanden was opgelegd, onderdeel van een samengestelde straf van ruim twee jaar.
Tijdens de zitting werd de identiteit van de verdachte bevestigd en was hij bijgestaan door een advocaat en een Poolse tolk. De rechtbank verlengde de beslistermijn met dertig dagen om de overlevering zorgvuldig te kunnen beoordelen. De rechtbank stelde vast dat het EAB voldeed aan de formele eisen van de Overleveringswet (OLW) en dat er geen relevante weigeringsgronden, zoals genoemd in artikel 12 OLWPro, aanwezig waren.
De rechtbank beoordeelde ook de strafbaarheid van het feit onder Nederlands recht en concludeerde dat het feit wederspannigheid oplevert, wat dubbele strafbaarheid vereist. Gezien de volledige toetsing en het ontbreken van bezwaren, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Italië toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751783-21 (EAB II)
RK nummer: 21/4118
Datum uitspraak: 28 september 2021
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 OverleveringswetPro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 23 juli 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 27 november 2020 door Procura Generale presso la Corte di Appello di Reggio Calabria(Italië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1984
thans gedetineerd in het [detentieadres]
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1.Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 20 juli 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. C.L.E. McGivern.
De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.A.A.P. van Hees, advocaat te Breda en door een tolk in de Poolse taal.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3.Referte
De raadsvrouw heeft refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
4.Grondslag en inhoud van het EAB
In het EAB wordt melding gemaakt van een
- Enforcement order, issued by Procura Generale della Corte die Appello di Reggio Calabria (Prosecution Office General, Appellate Court of Reggio Calabria) on 16th October 2019 -
N SIEP 348/2019;
- Enforceable judgement issued by the Lawcourt of Palmi on 26th May 2014, enforceable on
26th September 2014, ref n: 597/2014 R Sent.
In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 10 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis en maakt tevens onderdeel uit van de order aggregation of sentences van de Procureur bij het Hof van Reggio Calabria van 16 oktober 2019, waarbij deze en 2 andere straffen zijn samengevoegd tot een straf van 2 jaar, 3 maanden en 25 dagen. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.
5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLWPro
Voor wat betreft de samenvoeging van de straffen door de officier van justitie in Italië heeft de rechtbank eerder, te weten bij uitspraak van 26 oktober 2017 (ECLI:NL:RBAMS:2017:7856) vastgesteld dat bij een dergelijke beslissing geen beoordelingsmarge bestaat in de zin van punt 88 van het voormelde arrest in de zaak Zdziaszek, zodat deze niet relevant kan worden beschouwd voor toepassing van artikel 4 bisPro lid 1 van Kaderbesluit 2002/584/JBZ danwel artikel 12 OLWPro.
6.Strafbaarheid
Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
Wederspannigheid.
7.Slotsom
Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLWPro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven [1] , dient de overlevering te worden toegestaan.
8.Toepasselijke wetsbepalingen
Artikel 180 WetboekPro van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.
9.Beslissing
STAAT TOEde overlevering van [opgeëiste persoon]aan de Procura Generale Della Repubblica presso la Corte di Appello di Reggio Calabria(Italië).
Aldus gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en D.P. Hein, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 28 september 2021.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.