Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.Inleiding
3.Beschuldiging (tenlastelegging)
bijlage 1die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
4.Geldigheid van de dagvaarding
5.Waardering van het bewijs en bespreking van de feiten
afvalstofis. [medeverdachte 2] wilde het digestaat tijdelijk opslaan om daarna weer te gebruiken. Zij wilde zich geenszins van het digestaat ontdoen. Er is dus geen sprake van een afvalstof of een stof die als zodanig moet worden gezien en die niet als meststof zou mogen worden gebruikt. Hieruit volgt dat er geen bewijs is voor het bestanddeel ‘dat het product niet voldeed aan de krachtens artikel 4 MSW Pro gestelde eisen’.
afvalstoffenof
reststoffen, tenzij het betreft bepaalde aangewezen stoffen.
afvalstofniet meer aan de orde is, omdat is vastgesteld dat het gaat om een stof die bestemd was om als meststof te worden gebruikt. Uitgangspunt is daarom dat sprake is van een
reststofin de zin van artikel 5, eerste lid van het UBM. Die reststoffen moeten voldoen aan de vereisten van art. 4 URM Pro. Nu het digestaat van [medeverdachte 2] niet bestaat uit ten minste 50 gewichtsprocent uitwerpselen van dieren, is de rechtbank van oordeel dat niet is voldaan aan het vereiste dat gesteld is aan meststoffen en daarmee dat is gehandeld in strijd met artikel 4 MSW Pro.
handelmogen worden gebracht en worden
gebruiktals organische meststoffen en bodemverbeteraars. Daarbij is bepaald dat lidstaten het
gebruikvan organische meststoffen en bodemverbeteraars verder mogen beperken. De beperking geldt, zo stelt de verdediging, derhalve voor het
gebruiken niet voor de
handel. Artikel 5 van Pro het UBM en in samenhang daarmee artikel 4 van Pro het URM en de bijlage Aa verbieden echter de
handelen zijn daarom niet verenigbaar met artikel 32 van Pro de Verordening en daarom onverbindend, reden waarom zij buiten toepassing moeten worden gelaten. Verdachte moet dan ook worden ontslagen van alle rechtsvervolging, wegens niet-strafbaarheid van de gedraging.
Voor de overheveling van de Meststoffenwet 1947 en het BOOM [Besluit kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen] naar de Meststoffenwet en het Bgm [Besluit gebruik meststoffen] is een aantal uitvoeringsvarianten bezien.
In de handel brengen en gebruik’. In de derde alinea van dit artikel is opgenomen dat de lidstaten nationale voorschriften mogen vaststellen of handhaven die het
gebruikvan organische meststoffen en bodemverbeteraars verder beperken, mits die voorschriften gerechtvaardigd zijn met het oog op de bescherming van de volksgezondheid en diergezondheid.
verhandelingte reguleren, waarbij wordt voorzien in een toetsing vooraf van reststromen die mogelijk als meststof gebruikt kunnen worden. Hiervoor zijn algemene eisen opgesteld in onder meer artikel 5 UBM Pro, die nader zijn uitgewerkt in artikel 4 URM Pro. Als een meststof aan deze eisen voldoet, kan het als zodanig worden gebruikt.
verhandelenen daarmee het
gebruikvan meststoffen te reguleren, mede gelet op de volksgezondheid en de diergezondheid. Het uiteindelijke doel van de regelgeving is het reguleren van het
gebruikvan meststoffen. Er is dan ook geen sprake van dat de nationale regelgeving een ander, verder doel dient dat de Verordening beoogt.
6.Bewezenverklaring
bijlage 2vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
of omstreeksde periode van 1 mei 2016 tot en met 30 augustus 2016
te Zeewolde en/of Eemdijk, in de gemeente Bunschoten en/of te Putten althansin Nederland, tezamen en in vereniging met
(een)anderen
, althans alleen,
(telkens)digestaat,
althans een (mest)stof, afkomstig van [medeverdachte 2] te [plaats] ,
althans een product,dat blijkens zijn aanduiding of anderszins kennelijk bestemd was om als meststof te worden gebruikt, heeft verhandeld,
/ofhebben haar mededader
(s
)
of omstreeks28 mei 2016
[ZD.02.02]en
/of
of omstreeks16 juni 2016
[ZD.02.03]en
/of
of omstreeks21 juli 2016
[ZD.02.04]en
/of
[ZD.02.04],
)digestaat
, althans een (mest)stofvervoerd en
/ofafgeleverd aan [medeverdachte 6] , [plaats] ,
(telkens) digestaat, althans een (mest)stof vervoerd en/of geleverd aan [medeverdachte 7] , [plaats] ,
(telkens) digestaat, althans een (mest)stof vervoerd en/of afgeleverd aan [medeverdachte 8] , [plaats] ,
of omstreeksde periode van 1 februari 2016 tot en met 30 augustus 2016
te Bunschoten, althansin Nederland, tezamen en in vereniging met
(een)ander
(en
), althans alleen, al dan nietopzettelijk,
(telkens)heeft gehandeld in strijd met bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aangewezen voorschriften van EU-verordeningen,
heefthebben zij en
/ofhaar mededaders gehandeld in strijd met:
althans dierlijke bijproducten en/of afgeleide producten,tijdens het vervoer vergezeld ging
envan een handelsdocument, immers ging het transport:
/ofop 28 mei 2016 en
/ofop 16 juni 2016 en
/ofop 21 juli 2016 en
/ofop 4 augustus 2016 van [medeverdachte 2] te [plaats] naar [medeverdachte 6] te [plaats]
en/of
en/of
/of
althans die dierlijke bijproducten of afgeleide producten,heeft verzonden en
/ofheeft vervoerd
en/of heeft ontvangen, terwijl zij geen administratie van die zendingen alsook de desbetreffende documenten
of gezondheidscertificatenheeft bijgehouden bij transporten van digestaat
verzonden aan en/ofvervoerd naar
aan[medeverdachte 6] , [adres] [plaats]
en/of [medeverdachte 7] , [plaats] en/of [medeverdachte 8] , [plaats];
of omstreeksde periode van 1 februari 2016 tot en met 30 augustus 2016
te Bunschoten, althansin Nederland, tezamen en in vereniging met
(een)ander
(en
), althans alleen,
(telkens)opzettelijk gebruikt heeft gemaakt van
een grote hoeveelheidvalse
of vervalstedocumenten,
waaronderte weten:
(pag.7303)en
/of
(pag.7326) en/of
)zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen als ware dat geschrift echt en onvervalst,
of vervalsinghierin dat valselijk en
/ofin strijd met de waarheid:
bestemming en/ofaflevering [medeverdachte 6] te [plaats] was,
/of
bestemming en/ofaflevering [medeverdachte 8] te [plaats] was,
dit/deze begeleidingsbrieven aanwezig waren bij de transporten,
/of
vervalstebegeleidingsbrieven voorhanden heeft gehad, terwijl zij, verdachte, en
/ofhaar mededader
(s
)wist
(en
) of redelijkerwijs moest(en) vermoedendat die
/datdocument
(en) bestemd
was/waren voor gebruik als ware deze echt en onvervalst.