Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechterkort geding
de stichting Woningstichting Eigen Haard
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Uitgangspunten
“In juni en juli 2020 is de hennepplantage actief geweest. Je hebt de rommel daarvan in mijn tuin zien liggen. Ik kan daar verder niets over verklaren. Na die periode is alles opgeruimd”[belanghebbende] heeft vervolgens weer tegen [naam] gezegd dat hij de hennepplantage niet wilde, en van de stress af wilde, maar [naam] praatte op hem in dat alles goed zou komen en dat [belanghebbende] zich geen zorgen hoefde te maken. Later heeft [naam] hem bedreigd met een vuurwapen. Daarover is in de aangifte geschreven:
“Ik zag dat hij het wapen op mijn richtte. Ik zag en hoorde dat hij ineens[onleesbaar]
hoorde een harde knal. Ik dacht toen is dit het dan, ik dacht daarna ik ben niet geraakt (…) Ik hoorde hem daarbij zeggen dat ik me kop erbij moest houden en dat we nu[onleesbaar]
draaien zijn. (…) Ik kon toen niet anders dan de plantage te laten draaien. Ik was er toen echt klaar mee.”