ECLI:NL:RBAMS:2021:7315
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Geschil over medewerking royement hypotheek en levering woning na echtscheiding
Eiser en gedaagde 2 waren gehuwd en hebben de woning verkocht na ontbinding van het huwelijk. Er bestaat een hypotheekakte uit 2018 waarbij gedaagde 1 als hypotheekhouder optreedt. Eiser vordert dat gedaagden meewerken aan royement van de hypotheek omdat volgens hem geen vordering onder de hypotheek bestaat. Gedaagde 1 voert aan dat hij wel betalingen heeft gedaan en recht heeft op betaling en hypotheekrecht.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het aannemelijk is dat gedaagde 1 nog een aanzienlijk bedrag te vorderen heeft en dat royement niet kan worden afgedwongen. Wel wordt eiser veroordeeld tot medewerking aan levering van de woning aan de koper, met een bedrag van ruim € 233.000 in depot bij de notaris. Dit bedrag blijft totdat gedaagde 1 een vonnis of overeenkomst toont waaruit zijn vordering blijkt.
Indien gedaagde 1 niet binnen twee maanden een procedure start of regeling treft, mag de notaris het depotbedrag verdelen tussen eiser en gedaagden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Vordering tot royement hypotheek afgewezen; eiser veroordeeld tot medewerking levering woning met depotbedrag bij notaris onder voorwaarde procedure binnen twee maanden.