ECLI:NL:RBAMS:2021:7443
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting drie horecazaken wegens gevaar voor openbare orde
De burgemeester van Amsterdam heeft drie horecazaken voor onbepaalde tijd gesloten op grond van artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder e, van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), vanwege ernstige dreigingen en eerdere beschietingen die de openbare orde en veiligheid in gevaar brengen.
Verzoeksters, de eigenaren van de horecazaken, hebben bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd om de sluitingen te schorsen. Zij stelden dat de situatie veranderd is, dat de nieuwe eigenaren niet bedreigd zijn en dat de sluitingen onevenredig en onzorgvuldig zijn.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester terecht heeft geoordeeld dat er gegronde vrees is voor ernstig gevaar voor de openbare orde, mede gebaseerd op een bestuurlijke rapportage over geplande aanslagen en eerdere incidenten. De sluiting voor onbepaalde tijd is in lijn met het gemeentelijke sluitingsbeleid en niet onredelijk.
De belangenafweging is zorgvuldig gemaakt, waarbij de ernst van de dreiging zwaarder weegt dan de financiële nadelen voor verzoeksters. De voorzieningenrechter ziet geen reden om de voorlopige voorziening toe te wijzen en wijst het verzoek af.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt de sluiting van de horecazaken voor onbepaalde tijd.