ECLI:NL:RBAMS:2021:7450
Rechtbank Amsterdam
- Proces-verbaal
- N.R. Peters
- H.J. Doets
- Rechtspraak.nl
Intrekking toevoeging wegens vermogen uit echtscheidingsprocedure met schadevergoeding
Eiseres kreeg een toevoeging voor rechtsbijstand in een echtscheidingsprocedure, die door verweerder werd ingetrokken nadat bleek dat zij vermogen had door een uitgekeerde schadevergoeding.
Eiseres betoogde dat de schadevergoeding verknocht was en slechts een klein geschilpunt in de echtscheiding vormde, maar de rechtbank stelde vast dat het echtscheidingsconvenant leidend is voor het resultaat van de procedure. In het convenant was een meningsverschil over de mate van verknochtheid opgenomen.
De rechtbank oordeelde dat de schadevergoeding als financieel resultaat van de echtscheidingsprocedure moet worden beschouwd, ook al was het een klein onderdeel. De omstandigheden die eiseres aanvoerde waren onvoldoende zwaarwegend om intrekking van de toevoeging te voorkomen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en moest eiseres haar eigen advocaatkosten dragen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen intrekking van de toevoeging wordt ongegrond verklaard omdat de schadevergoeding onderdeel is van het financiële resultaat van de echtscheidingsprocedure.