Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 december 2021 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De Stichting Amsterdam UMC vordert compensatie van de transitievergoeding die zij aan haar ex-werknemer heeft betaald. De werknemer viel ziek uit op 21 maart 2013 en de loondoorbetalingsplicht werd door een loonsanctie verlengd tot 1 juli 2015. De transitievergoeding is ingevoerd per 1 juli 2015 en de hoogte van de compensatie wordt volgens de wet bepaald op de dag na het reguliere ontslagverbod van twee jaar.
Verweerder stelde de compensatie vast op nul omdat het ontslagverbod formeel eindigde op 21 maart 2015, vóór de invoering van de transitievergoeding. Eiseres betoogde dat vanwege de loonsanctie het ontslagverbod doorliep tot na 1 juli 2015, zodat compensatie verschuldigd is.
De rechtbank volgt eiseres niet en stelt dat de wet alleen verwijst naar het reguliere ontslagverbod van twee jaar en niet naar verlengingen door loonsancties. Het ontbreken van een regeling voor deze situatie is een omissie die aan de wetgever toekomt. De compensatievergoeding wordt daarom terecht op nul vastgesteld.
Er is geen sprake van dubbele bestraffing, omdat de loonsanctie en de compensatie verschillende doelen dienen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De compensatie van de transitievergoeding wordt vastgesteld op nul omdat het peilmoment het reguliere ontslagverbod is en niet de verlenging door loonsanctie.