ECLI:NL:RBAMS:2021:7660
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs openlijke geweldpleging in vereniging te Amsterdam
Op 7 december 2018 vond een confrontatie plaats te Amsterdam waarbij verdachte samen met zijn zoon en schoonzoon werd verdacht van openlijke geweldpleging in vereniging tegen [persoon 1]. [Persoon 1] en [persoon 2] deden aangifte en verklaarden dat verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] [persoon 1] hadden mishandeld.
De officier van justitie baseerde zich op deze aangiftes, een getuigenverklaring van [getuige] en het letsel van [persoon 1]. Verdachte ontkende betrokkenheid en stelde niet aanwezig te zijn geweest. De verdediging voerde aan dat de getuigenverklaring onbetrouwbaar was en dat onvoldoende bewijs bestond.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte samen met medeverdachten geweld had gebruikt. Tegenstrijdige verklaringen, een telefonisch en onduidelijk getuigenverhoor, en onduidelijkheid over het letsel van [persoon 1] leidden tot vrijspraak. De civiele vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard wegens de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van openlijke geweldpleging in vereniging.