ECLI:NL:RBAMS:2021:7661
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs openlijke geweldpleging in vereniging
Op 7 december 2018 vond een confrontatie plaats waarbij verdachte samen met zijn zwager en schoonvader werd verdacht van openlijke geweldpleging in vereniging tegen een persoon. De benadeelde partij deed aangifte, ondersteund door een getuigenverklaring en medisch letselrapporten.
De rechtbank heeft het bewijs onderzocht, waaronder verklaringen van betrokkenen en getuigen, medische rapporten en foto’s van letsel. De verklaringen waren tegenstrijdig: de familieleden van verdachte ontkenden betrokkenheid en stelden dat juist een van hen slachtoffer was. De getuigenverklaring was telefonisch en onduidelijk over het aantal betrokkenen en de afstand tot het incident.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte betrokken was bij het geweld. Ook was niet met zekerheid vast te stellen dat het letsel van de benadeelde partij door dit incident was veroorzaakt. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij en verklaarde de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van openlijke geweldpleging in vereniging.