ECLI:NL:RBAMS:2021:7711
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering bij nulurencontract en referteperiode bij ziekte
Eiseres, werkzaam op basis van een nulurencontract, vorderde loonbetaling vanaf haar eerste ziektedag op basis van een arbeidsurenomvang van 41,5 uur per week, berekend over de drie maanden voorafgaand aan haar ziekte. De werkgever betaalde loon gebaseerd op een lagere urenomvang, berekend over twaalf maanden, vanwege seizoensinvloeden in de branche.
De kantonrechter oordeelde dat eiseres een spoedeisend belang had bij haar verzoek, gelet op haar afhankelijkheid van het loon voor levensonderhoud en woonruimte. Artikel 7:610b BW bepaalt een vermoeden van arbeidsomvang op basis van de drie voorafgaande maanden, maar dit is weerlegbaar bij seizoensinvloeden. De werkgever had aannemelijk gemaakt dat de korte referteperiode niet representatief was.
De kantonrechter stelde vast dat de werkgever terecht uitging van een referteperiode van twaalf maanden, conform artikel 16 CAO Pro BGV en de wettelijke regeling. De loonbetaling door de werkgever was daarmee correct en de vorderingen van eiseres werden afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De loonvordering van eiseres wordt afgewezen omdat de werkgever terecht uitgaat van een referteperiode van twaalf maanden.