ECLI:NL:RBAMS:2021:7761

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 december 2021
Publicatiedatum
5 januari 2022
Zaaknummer
13/751856-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wegenverkeerswet 1994Art. 176 Wegenverkeerswet 1994Art. 2 OverleveringswetArt. 5 OverleveringswetArt. 7 Overleveringswet
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Tsjechische opgeëiste persoon ondanks verzetsgarantie

De rechtbank Amsterdam behandelde op 8 december 2021 een vordering tot overlevering van een persoon aan Tsjechië op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het District Court for Prague 10. De opgeëiste persoon was niet in Nederland woonachtig en zat gedetineerd in een Nederlandse penitentiaire inrichting. Tijdens de zitting was de opgeëiste persoon aanwezig met zijn raadsman en een tolk.

De rechtbank onderzocht de identiteit van de opgeëiste persoon en bevestigde deze. Het EAB betrof de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van negen maanden opgelegd door een Tsjechische rechter zonder dat de verdachte persoonlijk aanwezig was geweest bij het proces. De rechtbank beoordeelde of de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro van toepassing was, waarbij werd vastgesteld dat de verzetsgarantie conform artikel 12, sub d, OLW was verstrekt.

De rechtbank concludeerde dat aan de voorwaarden voor overlevering was voldaan, waaronder de toetsing van dubbele strafbaarheid voor het feit (overtreding van artikel 9, eerste lid, Wegenverkeerswet 1994). Er waren geen andere weigeringsgronden en de overlevering werd toegestaan. Tevens werd opgeroepen tot zorg voor een passende zorgsetting voor de opgeëiste persoon na overlevering.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Tsjechië toe ondanks het ontbreken van persoonlijke verschijning bij het buitenlandse proces vanwege verstrekte verzetsgarantie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751856-21
RK nummer: 21/5087
Datum uitspraak: 8 december 2021
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 15 september 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 31 augustus 2020 door de
District Court for Prague 10(Tsjechië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Tsjecho-Slowakije) op [geboortedag] 1978,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in het [naam PI] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

Zitting van 3 november 2021
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 3 november 2021. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft en van de raadsman van de opgeëiste persoon, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat te Amsterdam. De opgeëiste persoon is niet verschenen vanwege besmetting met het Coronavirus. De raadsman heeft verklaard niet gemachtigd te zijn om de opgeëiste persoon te vertegenwoordigen.
De rechtbank heeft het onderzoek voor bepaalde tijd geschorst tot de zitting van 8 december 2021 om 14:30 uur, teneinde de opgeëiste persoon in de gelegenheid te stellen bij de behandeling van de vordering aanwezig te zijn.
Zitting van 8 december 2021
De rechtbank heeft de behandeling van de vordering hervat op de openbare zitting van 8 december 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Tsjechische taal.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Tsjechische nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van de
District Court for Prague 10(Tsjechië) van 5 mei 2020 (documentnummer: 3 T 63/2019).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van negen maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.
Op grond van artikel 12, sub d, OLW mag de rechtbank in dit geval de overlevering niet weigeren, als de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat
( i) het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en
( ii) de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.
In onderdeel d) van het EAB is de verzetsgarantie opgenomen. Hierin staat aangegeven dat de opgeëiste persoon acht dagen de tijd heeft om verzet in te stellen, nadat hij feitelijk is overgeleverd en het vonnis aan hem is betekend.
Daarbij heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit in de e-mail van 14 oktober 2021 het volgende verklaard:
Can you confirm whether the given guarantee to appeal or retrial in section D isunconditional?
Yes.Mr. [opgeëiste persoon] just needs to make proposal (petition) in time.
Naar het oordeel van de rechtbank voldoet de garantie aan de eisen van artikel 12, sub d, OLW en doet de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond zich niet voor.

4.Strafbaarheid:

feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er een garantie is gegeven als bedoeld in artikel 12 sub d OLW Pro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.
De rechtbank zou graag zien dat nu het zorgmachtigingstraject, dat voor de ontvangst van het EAB in gang was gezet, is afgebroken, de officier van justitie zich in het kader van artikel 35 OLW Pro inspant om er voor zorg te dragen dat de opgeëiste persoon in een aan de zorgmachtiging gelijkende zorgsetting terecht komt.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de
District Court for Prague 10(Tsjechië) voor het feit zoals dat is beschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en J.P.W. Helmonds, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.A. Dijk, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 8 december 2021.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.