ECLI:NL:RBAMS:2021:7875

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 oktober 2021
Publicatiedatum
13 januari 2022
Zaaknummer
AMS 20/4188
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzet wegens ontbreken gronden en niet tijdig herstel

De opposant heeft beroep ingesteld tegen een bestuursrechtelijk besluit, maar de rechtbank heeft dit beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de opposant geen kopie van het bestreden besluit had bijgevoegd. Hiertegen is verzet ingesteld, maar in het verzetschrift werden geen gronden vermeld.

De rechtbank heeft de opposant per aangetekende brief verzocht binnen twee weken de gronden van het verzet in te dienen, met de waarschuwing dat het verzet anders niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Deze termijn is verstreken zonder dat de opposant hieraan voldeed.

Pas op 29 september 2021 ontving de rechtbank een brief van de opposant, waarin geen gronden werden vermeld en geen reden werd gegeven voor het niet tijdig indienen. Daarom verklaart de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk en blijft de uitspraak van 4 november 2020 in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet tijdig herstel van het verzuim.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 20/4188 V

proces verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

11 oktober 2021 op het verzet van

[opposant] , te Enschede, opposant (hierna: [opposant] ).

Procesverloop

[opposant] heeft beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 4 november 2020 heeft de rechtbank dat beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
[opposant] heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
[opposant] is niet verschenen.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat [opposant] geen kopie van het bestreden besluit heeft bijgevoegd bij het beroepschrift.
2. In artikel 8:55, tweede lid jo. artikel 6:5, tweede lid, van de Awb is onder meer bepaald dat een verzetschrift de gronden van het verzet dient te bevatten. Op grond van artikel 8:55, tweede lid jo. artikel 6:6 van Pro de Awb kan het verzet niet-ontvankelijk worden verklaard, indien niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 6:5 van Pro de Awb, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
3. [opposant] heeft in het verzetschrift van 16 december 2020 geen gronden vermeld. De griffier heeft per aangetekende brief van 5 maart 2021 [opposant] verzocht om binnen twee weken de gronden van het verzet in te dienen. Dat betekent dat [opposant] het verzuim diende te herstellen voor 19 maart 2021. Daarbij is meegedeeld dat de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk kan verklaren als niet aan het verzoek wordt voldaan. De termijn is verstreken zonder dat van die gelegenheid gebruik gemaakt is.
4. [opposant] heeft vervolgens een brief verstuurd die op 29 september 2021 door de rechtbank is ontvangen. Daarin heeft hij geen gronden vermeld waarom hij het niet eens is met de uitspraak van 4 november 2020 en ook geen reden gegeven waarom hij niet binnen de gestelde termijn de gronden heeft aangevoerd.
5. Het bovenstaande betekent dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard, omdat
[opposant] geen gronden heeft ingediend. De rechtbank komt hierdoor niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het verzet. Dat betekent dat de buiten zittingsuitspraak van
4 november 2020 in stand blijft.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.W. Jansen, rechter, in aanwezigheid van mr.
N. Bissumbhar, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2021.
griffier
rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.